walther

Megadlé Jethomiem

77abb26d7985baa8a2b2ea8194760b56_700_540-1Vlak naast de Stopera, op de hoek van de Amstel, vlakbij de Blauwbrug, geeft een lint van stenen de contouren aan van het Joodse jongensweeshuis Megadlé Jethomiem (Opvoeders van Wezen) als monument voor de kinderen en verzorgers die in 1943 door de Duitse bezetter op transport werden gezet naar Sobibor. Het bescheiden monument is in 1989 naar ontwerp van kunstenaar Otto Treumann in de bestrating opgenomen. De aangebrachte tekst van Cor Jongens luidt:

“Deze woorden omlijnen de plaats waar het in 1738 elders in Amsterdam opgericht Joods jongensweeshuis Megadle Jethomien sedert 1865 zijn zegenrijk werk deed, totdat in maart 1943 de Duitse bezetter het huis binnendrong en de jongens wegvoerde. Drie verzorgers bleven vrijwillig bij de bijna honderd kinderen op weg naar het vernietigingskamp Sobibor. Niemand keerde weer. Hun nagedachtenis zij tot zegen”.

Ned. Israël. Jongensweeshuis Megadlé Jethomiem. Nederlands Israëlietisch Weekblad, 1 april 1938, p. 9

Ned. Israël. Jongensweeshuis Megadlé Jethomiem. Nederlands Israëlietisch Weekblad, 1 april 1938

Het weeshuis had een lange geschiedenis die teruggaat tot het oprichtingsjaar 1738. Het stadsbestuur verplichtte de ‘Joodse natie’ zelf voor de eigen armen en wezen te zorgen, zodat de kosten daarvan niet drukten op de publieke middelen. Aanvankelijk zorgde het Weescollege van het Hoogduitse gemeente voor voedsel, kleding en onderwijs van wezen die in Joodse gezinnen opgroeiden. Pas in de 19de eeuw bleek een weeshuis noodzakelijk, kennelijk omdat de opvang bij gezinnen in de vaak overvolle woningen in de Jodenbuurt niet altijd mogelijk bleek. Het eerste huis opende in 1836 aan de Zwanenburgerstraat, een straat die in de jaren zeventig geheel van de kaart verdween. In 1865 opende een nieuw weeshuis, aan de Amstel, op de hoek van de Zwanenburgerstraat, naar ontwerp van Cornelis Outshoorn (1810-1875), de bekende Amsterdamse architect die o.a. ook het Paleis voor Volksvlijt (1855-1864) en het Amstel Hotel (1867) ontwierp.

De weesjongens hadden bepaalde taken te verrichten in de Joodse gemeenschap. Ze liepen mee bij een begrafenis en spraken het kaddisj-gebed uit. Op 5 maart 1943 werd het weeshuis leeggehaald. In het boek Daantje’s jeugdjaren in het Joodse Jongensweeshuis staat een schrijnend verslag dat niet anders dan vrijwel onverkort dient te worden geciteerd:

“Op 27 december 1942 deelde dr. Leydesdorff in een daartoe bijeengeroepen vergadering mede, dat het weeshuis als zelfstandig insitutuut ‘auf Befehl’ had opgehouden te bestaan. (…) Nauwelijks twee maanden later, op 5 maart 1943, kwam plotseling het einde. Het weeshuis werd door de Amsterdamse politie omsingeld. Men dreef alle inwoners tezamen op de speelplaats. Niemand kon ontsnappen. Het gerucht, dat het weeshuis omsingeld en afgegrendeld werd, en de bewoners op transport zouden worden gesteld, ging als een lopend vuurtje door joods Amsterdam. (…) De politie had echter een kordon getrokken dat niemand vermocht te verbreken. Toen de verdroten familieleden echter opdrongen en ondanks het politioneel verzet toch het kordon dreigden te verbreken, kwam ook de beroemde Amsterdamse brandweer in actie en spoot eenvoudig de mensen weg” (1).

Vlooienburg vóór de algehele sloop ten behoeve van de Stopera (stadhuis-muziektheater). Het hele gebied binnen de lijn wordt thans in beslag genomen door de Stopera.

Vlooienburg vóór de algehele sloop ten behoeve van de Stopera (stadhuis-muziektheater). Het hele gebied binnen de lijn wordt thans in beslag genomen door de Stopera.

Direct na de bezettingsjaren fungeerde het weeshuis als vertrekpunt voor jongens op weg naar Israël. Het gebouw aan de Amstel is uiteindelijk in 1977 gesloopt, net als de rest van de nog resterende bebouwing op Vlooienburg. Vier straten, waaronder de Zwanenburgerstraat, verdwenen ten behoeve van het creëeren van een ‘tabula rasa’ door Publieke Werken waarop later slechts één reusachtig en megalomaan gebouw verrees: het gecombineerde stadhuis-muziektheater, het enige gebouw in het centrum van Amsterdam dat vanaf de maan te zien is. In 1978 schreef Jaap Meijer (1912-1993) een boek met de titel Het Verdwenen Ghetto en sprak daarin van “een verweesde Jodenhoek, waar Rachel weent om hare kinderen, die er niet meer zijn” (2). Op de stofomslag prijkt een foto van de Zuidertoren, gezien door de ruïnes van de Sint Antoniesbreestraat.

Voetnoten
(1) Daan Choekat, Daantje’s jeugdjaren in het Joodse Jongensweeshuis, Bne Brak, Israel 1986
(2) Jaap Meijer, Het Verdwenen Ghetto, Amsterdam 1978