Home Uitleg Objecten Afbeeldingen Zoeken Contact

Huisnummering

Huizen hadden vóór 1795 geen huisnummering. Huizen hadden doorgaans een naam en die was middels een huisteken aangegeven aan de gevel. Bijvoorbeeld: 'Inde Schrijvende Hand'. Wel was er ten behoeve van de belastingheffing een verpondingsnummer, waarbij de huizen per burgerwijk werden doorgenummerd. In de Franse tijd in 1796 werden de eerste huisnummers ingevoerd, waarbij per straat werd genummerd.
Het bevolkingsregister dateert van 1850. Ten behoeve daarvan werd in 1853 een nieuwe huisnummering ingevoerd, waarbij niet per straat maar per buurt werd doorgenummerd (we spreken van de 'huisnummering 1850'). Het systeem voldeed prima voor het bevolkingsregister, maar was voor buitenstaanders volstrekt onbegrijpelijk. Van Lennep vertelt hoe een Brusselaar in Amsterdam zoekt naar het huis W424 op de Keizersgracht. Toen hij de hele gracht had afgelopen en aan de Amstel stond, keerde hij aan de overzijde in de omgekeerde richting terug, maar W424 lag aan de overzijde van de Amstel, aan de Nieuwe Keizersgracht. (J. van Lennep, Mijmeringen in en om Amsterdam, 1875 (?), p. 262-270). In 1875 werd deze huisnummering vervangen door de huidige huisnummering die zo is ingeburgerd dat hij nog steeds bestaat, ondanks de vele veranderingen in de verkaveling sindsdien.

Om de oude huisnummers te vinden, bestaan omnummeringstabellen die in het Stadsarchief zijn te raadplegen. In deze database zijn de omnummeringstabellen overgenomen, zodat bij elk adres, indien bekend, de oude nummering is aangegeven.

De volgende nummersystemen bestaan:

  • Verpondingsnummer 1732: Elk perceel had een nummer t.b.v. de belasting op onroerend goed, de zgn. verponding. De stad was verdeeld in 60 wijken met een eigen nummering ('burgerwijknummer'). De verpondingsnummers zijn dus niet uniek. Het nummer was niet aangebracht op de huizen. De verpondingsnummers worden gebruikt om de eigenaren van de panden te vinden. Let op: Bij de verponding gaat het om de eigenaar, niet om de bewoners. De namen die je in de belastingregisters vindt, hoeven dus niet de bewoners te zijn!
  • Klein nummer 1796 (officiële naam: 'nieuw nummer'): Alle huizen in de stad werden genummerd en de nummers werden op de huizen aangebracht. Per straat werd er genummerd, doorlopend eerst de ene, daarna de andere kant zodat het laagste en hoogste nummer tegenover elkaar lagen. Men begon steeds vanaf de Amstel te tellen. Het systeem was bedacht door Prof. J.H. van Swinden.
  • Verpondingsnummer 1808 (het 'groot nummer'): ten behoeve van de belastingheffing werd een nieuw nummer ingevoerd. Dit was noodzakelijk omdat er sinds 1795 veel panden waren gesplitst. Dit nummer is echter minder interessant voor het huizenonderzoek. In onze database tonen we het verpondingsnummer 1732.
  • Kadasternummer 1820: De stad werd ten behoeve van de grondbelasting verdeeld in 9 secties, genummerd A t/m I, met het doel kadastrale kaarten te kunnen maken. Daarbinnen werd doorgenummerd. Het kadaster werd overigens pas in 1832 ingevoerd, toen Amsterdam geheel in kaart was gebracht.
  • Huisnummering 1850: De stad werd verdeeld in 50 buurten aangeduid als A..Z, AA..ZZ (niet 52, want I en J waren hetzelfde). Binnen elke buurt werd er doorgenummerd. De onderverdeling van buurten in afdelingen is voor ons niet interessant, omdat het huisnummer binnen één buurt al uniek is. De huisnummering werd op de huizen aangebracht waarbij het klein nummer en verpondingsnummer van de huizen werden verwijderd.
  • Huisnummering 1875: Invoering van de huidige huisnummering, per straat genummerd. Er werd dus teruggekeerd naar het systeem van 1850-1796, zij het dat vanaf het C.S. de straten en grachten aan de linkerkant oneven en aan de rechterkant even werden genummerd. Bovendien nummerde men vanaf de IJ-zijde, niet vanaf de Amstelzijde. (Sommige straten die geen overzijde hadden, bijvoorbeeld de Prins Hendrikkade, werden aan dezelfde zijde doorgenummerd.) Het nieuwe register 1875 wordt gebruikt als omnummeringstabel naar 1850.

De huisnummering van 1875 is grotendeels nog aanwezig in de huidige huisnummering, zij het dat op sommige locaties, vooral ten gevolge van stadsvernieuwing, de huisnummering is gewijzigd. Ook kunnen er huisnummers zijn verdwenen door samenvoeging van panden en door schaalvergroting. In deze database wordt voor de adressering de historische huisnummering van 1875 gebruikt, maar wel is steeds aangegeven hoe de nieuwe adressering luidt wanneer deze afwijkt van de oude. Door goed te letten op de oude en nieuwe adressering zijn panden beter te identificeren, o.a. vanwege oude kaarten en historische documenten en literatuur.

Literatuur

  • Marc Hamelaars. 'De Atlas van Amsterdam uitgegeven door J.C. Loman Jr. in 1876: plaats binnen de grootschalige kartografie van Amsterdam'. Jaarboek Amstelodamum 84 (1992): p. 107-130
  • Marc Hamelaars. 'Buurtatlassen tonen oude huisnummeringen'. Ons Amsterdam 45 (1993): p. 30-34
  • Marc Hamelaars, Erik Schmitz. 'Amsterdamse uitgiftekaarten, 1586-1769. Basis van de stedelijke verkaveling'. Jaarboek Amstelodamum 88 (1996): p. 45-64
  • J. Pinkster. 'Ieder huis een eigen nummer'. Ons Amsterdam 62 (2010): p. 246-251
  • Wim Timp. 'De invoering van de huisnummering'. Jaarboek Amstelodamum 71 (1979): p. 79-92
  • Handleiding voor Huizenonderzoek in Amsterdam. Amsterdam: Stadsarchief, 2007

Laatste wijziging: mei 2020

[Over deze website]   [Contact opnemen]