Home Binnenstad Objecten Afbeeldingen Zoeken

Grachtenboek van Caspar Philips (1768)

Plaat nr. 15
Plaat nr. 15 uit het Grachtenboek van Caspar Philips, ca. 1768
Titelpagina
Titelpagina van het Grachtenboek van Caspar Philips

Boekverkoper Bernardus Mourik (Nes 44) zond in 1767 een 'Bericht van Intekening' rond voor de uitgave van een bijzonder plaatwerk, de Verzameling van alle de huizen en gebouwen langs de Keizers en Heeren-grachten der Stad Amsterdam. Mourik liet een proefplaat maken door kunstplaatsnijder Caspar Philips Jacobsz (Nieuwendijk 120), die in de winkel van Mourik ter inzage lag. In totaal 242 intekenaren van alle rangen en standen maakten de uitgave mogelijk, in afleveringen van 1 maart 1768 tot 1 maart 1770. Na de dood van Mourik in 1791 volgde een tweede uitgave door boekverkoper J.B. Elwe (NZ Voorburgwal 287), nu met de naam van Philips op het titelblad. Caspar Philips had, ongetwijfeld met hulp van anderen, de gehele Herengracht en de Keizersgracht in beeld gebracht, helaas niet het Singel en de Prinsengracht. Wel werd een deel van de Brouwersgracht afgebeeld. Het Grachtenboek bestond uit 24 losse platen met daarop vier strips met aaneengeloten gevelwanden, bovenaan twee van de Herengracht, daaronder twee van de Keizersgracht. De ruimte die overbleef omdat de Herengracht korter is dan de Keizersgracht werd opgevuld met een gedeelte van de Brouwersgracht. In totaal zijn meer dan 1.400 huizen afgebeeld. De intekenaren kregen losse bladen opgestuurd en konden zelf beslissen of de bladen tot een boekwerk moesten worden samengebonden.

Voorbeeld
Keizersgracht 294 t/m 254. Tekening uit het Grachtenboek van Caspar Philips.

Het was bouwinspecteur Eelke van Houten (1872-1970) die omstreeks 1912 de plaatwerken terugvond, in de bibliotheek van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst en ijverde voor de heruitgave van het in de vergetelheid geraakte Grachtenboek van Caspar Philips. Zijn motieven waren duidelijk. Van Houten zou daar later over schrijven: "Het bleek mij spoedig welk groot nut het werk kon hebben om te dienen als leidraad voor het vernieuwen, veranderen of restaureren van bouwwerken. Daarvoor werd het mij, bij de uitoefening van mijn functie als Inspecteur bij het Gemeentelijk Bouw- en Woningtoezicht, in bruikleen afgestaan. In samenwerking met de heer L.H. Bours Pzn., architect van de Commissie voor het Stadsschoon, werden nl. voorgenomen en in uitvoering zijnde bouwplannen, hoewel aan wettelijke voorschriften beantwoordende, esthetisch verbeterd, zoals in het jaarboek 1915 van deze Commissie is weergegeven" (Van Houten, voorwoord in het Grachtenboek, uitgave 1962). Daarbij werk klaarblijkelijk het Grachtenboek als esthetisch wensbeeld gehanteerd. Nog in 2003 bepleitte Geurt Brinkgreve "een nieuwe handzame uitgave van het Grachtenboek, als handleiding" voor het bouwen in de binnenstad.

In 1922 liet Van Houten de platen opnieuw uitgeven, per pand voorzien van "geschied-bouwkundige beschrijvingen" van zijn hand. Waarschijnlijk heeft de heruitgave van het Grachtenboek bijgedragen aan de opkomende Heemschut-gedachte. "Het plaatwerk heeft", schreef Mieras, "de ogen van velen gericht op de uitzonderlijke schoonheid van onze grachtenarchitectuur". Het Grachtenboek ging als voorbeeld dienen voor nieuwbouw in de Amsterdamse binnenstad. H.P. Berlage roemde "de oerkunst van het rythmisch bouwen". In 1924 werd de eerste geveltop herplaatst met het doel het stadsgezicht te behouden en te herstellen. Het werd eigenlijk een modellenboek voor het bouwen in de Amsterdamse binnenstad. Van Houten zette daarmee een zeer oude traditie voort: het Grachtenboek was in 1768 onder andere bedoeld als een modellenboek. Dit blijkt uit het titelblad gemaakt door Mourik: het Grachtenboek "is ook van niets minder dienst aan timmerlieden, metzelaars, steenhouwers, schilders, smits en meer andere die aan de Bouwkunst behooren, vermits veele deezer Gebouwen na de Ontwerpen en Teekeningen van beroemde Italiaansche en Fransche Architecten vervaardigt zyn en duizende voorwerpen van Modellen doen zien". De verreweg grootste groep intekenaren op de uitgave van 1768 bestond inderdaad uit timmerlieden en metselaars. Vreemd genoeg staan er nauwelijks bewoners van de afgebeelde panden op de lijst.

Het Grachtenboek geeft een gaaf en harmonisch beeld van het Amsterdamse stadsgezicht tegen het einde van de 18de eeuw. Op de Heren- en Keizersgracht staan ca. 490 halsgevels, 230 lijstgevels, 200 verhoogde lijstgevels, 190 trapgevels, 190 klokgevels, 70 verhoogde halsgevels, 25 tuitgevels en 20 overige gevels. Van de meer dan 1.400 afgebeelde gevels zijn er zo'n 480 in min of meer ongewijzigde toestand bewaard gebleven. Klaarblijkelijk zijn geen opmetingen verricht, want de verhoudingen van de meeste gevels kloppen niet. In 1959 werden door C.A. van Swigchem in een kast van de KNAW de tekeningen teruggevonden die de basis vormde voor de gravures en toen bleek dat de tekeningen zeer nauwkeurig waren gegraveerd en dus dat de onnauwkeurigheden door de oorspronkelijke tekenaars zijn gemaakt. Voor een deel zijn de onnauwkeurigheden toe te schrijven aan het toegepaste vereenvoudigingssysteem. De in 1959 gevonden tekeningen bevatten een verrassing: van een aantal huizen is de oorspronkelijke tekening overgeplakt met een nieuwe tekening. Kennelijk heeft men vlak vr het graveren nog even snel de laatste mutaties aangebracht.

[Herengracht, even zijde [Herengracht, oneven zijde]
[Keizersgracht, even zijde] [Keizersgracht, oneven zijde]
[Brouwersgracht, even zijde] [Brouwersgracht, oneven zijde]

Literatuur

Titelpagina
Paul Spies e.a., Het Grachtenboek, SDU 1991
Titelpagina
Uitgave van 1967
  • Verzaameling van alle de huizen en prachtige gebouwen langs de Keizers en Heere‐grachten der Stadt Amsteldam beginnende van den Binnen Amstel en eindigende aan de Brouwers‐gracht, bestaande in ruim 1400 prachtige en trotsche Gebouwen origineel van Huis tot Huis geteekend en op Kunstige koopere Plaaten Afgebeeld. Amsterdam z.j. (bekend als het Grachtenboek van Caspar Philips). Amsterdam, 1768‐1771. Heruitgegeven in 1922, 1930, 1936, 1967 en 1979. In 1962 werden de oorspronkelijke tekeningen uitgegeven door E. van Houten met bouwhistorische aantekeningen. De tekeningen van Caspar Philips zijn ook gereproduceerd in Vier Eeuwen Herengracht in 1976, het Grachtenboek in 1991 en op deze website.
  • H.P. Berlage. 'Bij de nieuwe uitgave van Philips' grachtenboek'. Maandblad Amstelodamum 18 (1931): p. 9
  • Geurt Brinkgreve. 'Het onbeschermde stadsgezicht van Caspar Philipsz'. Binnenstad 202 (nov. 2003)
  • C. van Doornen. ''Van Huis tot Huis geteekend'. Alle grachtengevels getekend, gegraveerd, gefotografeerd en gepixeld'. Ons Amsterdam 62 (juli/aug. 2010): p. 316-321
  • I.H. van Eeghen. 'De geheimen achter de tekeningen van het grachtenboek'. Maandblad Amstelodamum 50 (1963): p. 25-28
  • I.H. van Eeghen. 'De data van de uitgaaf der 24 vellen van het grachtenboek'. Maandblad Amstelodamum 59 (1972): p. 186-187
  • J.P. Mieras. 'Het grachtenboek'. Jaarboek Amstelodamum 50 (1958): p. 189-195
[Over deze website]   [Contact opnemen]